Publicaties
Een bijdrage van zorgdragers in Huize de Sterrewijzer,
een rusthuis waar men gekozen heeft voor een spirituele ouderenzorg:
Op grond van welke inzichten
wordt er gekozen voor euthanasie?
Het huidige debat over de ‘zachte dood’ wordt vooral gevoerd door politici, professoren en kardinalen. Zoals gewoonlijk wordt de stem van zij die echt betrokken partij zijn in het gebeuren zelden gehoord. De zorgdragers in een rusthuis zijn dikwijls maanden intiem verbonden geweest met de ouderen en moeten na het soms tragische einde van de bewoners ‘voortleven’ onder de hoge werkdruk. De ouderen weten dikwijls zelf niet goed hoe ze hun levenseinde moeten voltrekken. Zij zijn door hun leeftijd nog ‘ingebed’ in de katholieke traditie en kijken tegelijkertijd kinderlijk op naar de ‘almachtige’ geneeskunde. De directies van de meeste rusthuizen zijn ofwel neutraal ofwel volgen zij ‘op papier’ de richtlijnen van hun ‘gevoeligheid’. Zowel de bewoners als de medewerkers van de rusthuizen bevinden zich uiteindelijk in een soort ‘spiritueel vacuüm’ dat zeker niet geholpen wordt door de polemieken rond het levenseinde.
Ook de ‘markt’ en de ‘prijs’ van de vergrijzing sluipen in het gebeuren, wat op lange termijn niet veel goeds voorspelt. Deze kleurloosheid staat schril tegenover het militante karakter van Huize de Sterrewijzer . Wij putten onze inspiratie en creativiteit uit dezelfde bron als de Steiner-scholen. Het ‘leren sterven’ en actief verbonden blijven met de overledenen staat centraal in onze visie. Wij kunnen ons niet vinden in de mening dat overledenen in het ‘niets’ oplossen maar ook niet in het geloof dat ze ‘eeuwig rusten in Gods schoot’.
Euthanasie is een verworvenheid die niet meer terug te draaien is. deze ingreep is te zien als een uitdrukking van de behoefte van deze tijd om niet meer op grond van geboden en verboden met dergelijke problemen om te gaan, maar door te handelen vanuit vrijheid en inzicht. Juist de factor ‘inzicht’ ervaren we in het huidige debat rond euthanasie als hoogst problematisch. We willen in deze tekst gestoeld vanuit onze visie en getoetst door de dagdagelijkse ervaring in Huize de Sterrewijzer dit ‘inzicht’ verdiepen opdat de lezer in alle vrijheid tot een meer verantwoorde keuze kan komen. In de discussie rond euthanasie worden onmiddellijk morele posities ingenomen. Iedereen voelt hier immers aan dat er grenzen overschreden worden of kunnen worden. (Wie vreest er geen herhaling van eutahnasie-programmas op gehandicapten of andersdenkenden zoals in nazi-Duitsland?) Hoe verloopt zo’n discussie? De een vindt vanuit zijn vrijheidsdrang dat euthanasie zonder meer moet kunnen. De ander vindt dat dit om morele of religieuze redenen juist niet mag. Eerbied voor het leven en andere gevoelsargumenten (soms politiek en ideologisch gekleurd) bepalen het debat. Maar omdat dergelijke argumenten erg emotioneel geladen zijn, maken ze de hele zaak eerder troebel dan dat ze de besluitvorming verhelderen. Dat merken we dagelijks in de omgang met de rusthuisbewoners. Ze ‘weten’ het uiteindelijk ook niet zo goed… Wie wel? Ze willen wel waardig sterven als het zover is. Euthanasie komt in en ander daglicht te staan wanneer je de mens ziet als een wezen met een leven na de dood. Dit is ook de visie van waaruit Huize de sterrewijzer haar spirituele zorg heeft uitgebouwd. Euthanasie is dan niet alleen een oplossing voor het lijden op aarde, maar krijgt ook verder reikende gevolgen en implicaties. Wanneer in het debat ook die kant wordt belicht, als dit al ernstig wordt genomen, is het niet meteen evident hoe je maatschappelijk met een dergelijke vraagstelling moet omgaan. Er komt wel een beter inzicht en greep op de eigenlijke kwestie, namelijk de ontmoeting van mensbeelden die elkaar radicaal uitsluiten. Het gaat om de vraag welk mensbeeld je uiteindelijk hanteert en op welke gezichtspunten je een maatschappelijke toekomst wilt bouwen. En van dit mensbeeld zal het uiteindelijk ook afhangen of onze maatschappij een zorgcultuur wil bevorderen. Kortweg: Jongeren (en ouderen) haken af uit de zorg als ze merken dat ondanks hun tomeloze inzet ze niet echt gewaardeerd worden. en we spreken hier niet alleen op financieel vlak.
Laten we vertrekken vanuit een concrete situatie: Als een tachtigjarige bejaarde door een terminale kanker erg achteruit gaat en hevige pijn ondervindt, dan nadert het moment waarop de ‘omgeving’ zich bezorgd afvraagt wat voor zin dit lijden uiteindelijk heeft. Artsen en familie kunnen in ‘samenspraak’ met de zieke tot euthanasie besluiten. Soms kan men zich de vraag stellen wie er ‘ondraaglijk’ lijdt: de stervende naar wie je kijkt of jezelf als toeschouwer van dit lijden? Vanuit het perspectief van het aardse leven is euthanasie menswaardig, zelfs terecht menslievend. Daardoor wordt in elk geval het lijden van de toeschouwer beëindigt - en dat geeft het gevoel, de ‘fictie,’ dat het lijden van de stervende ook tot een ‘goed einde’ is gekomen…Waarom niet? (En wat met de onwennige gevoelens van de arts en de verpleegsters die de ‘zachte dood’ voltrokken?) Het wordt héél anders wanneer je uitgaat van een leven na de dood. In de casus hierboven speelt dit gezichtspunt géén rol. Dat hebben van géén gezichtspunt over ‘het leven na de dood‘ is ook een visie. Dat wordt soms vergeten. Het ontbreken van een doordacht mensbeeld in de rusthuissector maakt dat men in het ongewisse blijft rond beslissingen aangaande het levenseinde. Men kiest voor de ‘gemakkelijkste’ oplossing… Uiteindelijk wordt ondoordacht handelen verward met zogenaamd menswaardig omgaan rond het levenseinde. De medische ‘hardnekkigheid’ maakt dat men het soms helemaal niet meer weet: Wat is de mens? Waar ‘eindigt’ de mens? De kern van het mensbeeld waarvoor men in Huize de sterrewijzer heeft gekozen, gaat radicaal in tegen de heersende, meestal ondoordachte en pragmatische opvatting: dat de mens uitsluitend uit materie bestaat en dat de rest – de ziel en de geest- slechts subjectieve verschijnselen zijn van processen in de hersenen. Waarom is men zo gaan denken? We willen hier twee momenten van de moderniteit thematiseren: het materialisme en de vrijheidsdrang. Hun gevaarlijke combinatie vormt immers de grond van het euthanasiedebat. De laatste honderd jaar heeft in het westen een ontwikkeling plaatsgehad die tot méér inzicht leidde in de materiële werkelijkheid. Vergeleken met vroeger weten we over het zichtbare oneindig meer af. Maar de prijs die men ervoor betaald heeft, Stelt de antroposoof jaap van de Weg, dat we onze verbinding met de bovenzinnelijke werkelijkheid zijn kwijtgeraakt. (‘God is dood’ van Nietzsche) daarvan hoort ook het omgaan met het verschijnsel van dood en geboorte bij. De dood is een taboe geworden. De moderne mens gelooft niet meer in de onsterfelijkheid van de ziel, hij leert te leven met zijn eindigheid. In vroegere tijden was dat anders. De mensen gingen als vanzelfsprekend met de dood en de overledenen om. De dood was ook méér aanwezig, denk maar aan de hoge kindersterfte en de massale epidemies. Overledenen hadden hun voorouder-cultussen. Een laatste rest van de verhouding vinden in het feit dat vele rouwenden nog altijd ‘spreken’ met hun dierbare overledenen. Een actueel thema als het levensbegin en levenseinde wordt ook bepaald door de eeuwenoude strijd van de emancipatie en de gewetensvrijheid. Moedige Mensen hebben zich honderden jaren lang tegen de officiële kerk en haar seculiere machtsstructuren verzet om hun vrijheid van handelen op basis van eigen geweten en inzicht te vrijwaren. Het gaat er dus niet om te tornen aan de vrijheid die verkregen is doordat abortus of euthanasie uit de verbodssfeer is gehaald. Het past bij onze tijd dat mensen in vrijheid kunnen kiezen. Nogmaals het gaat niet om een nostalgische terugkeer maar naar een spirituele verdieping van de radicale autonomie in het post-moderne mensbeeld - dat vervaarlijk cynisch en nihilistisch kan worden, denk maar aan de genadeloze schrijfsels van Houellebeq . De combinatie van materialisme en vrijheidsdrang maakt dat de grenzen tussen dood en leven blinde muren zijn geworden. Wanneer je de dood ziet als een absoluut einde, kijk je daar anders tegen aan dan wanneer je de mogelijkheid van ‘leven-na-de-dood’ en reïncarnatie ernstig neemt. Wanneer je dat wel hebt, hou je terecht rekening met het leed hier - maar evenzeer overweeg je ook ernstig wat er na de dood met de overledene kan gebeuren. En deze spirituele vraagstelling vormt in Huize de sterrewijzer een bron van inspiratie.
Sinds de spirituele golf van mei ’68 met auteurs als Raymond Moody die in de jaren zeventig over ‘bijna-dood-ervaringen’ begonnen te schrijven, is de belangstelling in het vraagstuk over het voortbestaan na de dood sterk toegenomen. Velen hebben ‘doodsgrenzen’ willen overschrijden door het gebruik van drugs maar men kan ook op een meer constructieve manier deze grenzen aftasten. Voor het huidige bewustzijn ligt er een scherpe grens tussen het leven en de dood. Voor iemand die een ernstige spirituele ontwikkeling voltrekt, vervaagt deze grens. Inwijding is, volgens zieners zoals Rudolf Steiner, dat men met een wakker bewustzijn processen doormaakt die normaal gesproken alleen maar in een diepe slaap of na de dood plaats hebben. Rudolf Steiner heeft dank zij zijn ‘inwijdingsweg’ in De bovenzinnelijke mens het proces beschreven dat de mens doormaakt vanaf het moment van het sterven. Steiner beoogt in dit werk gezichtspunten te geven op basis waarvan de moderne mensen in vrijheid eigen gezichtspunten kunnen vormen en toetsen. In zijn visie kun je pas goed kiezen wanneer je uit eigen meditiatieve inzicht weet hoe de voorgeboortelijke banden waren. Want hier knelt het schoentje in het huidig debat over euthanasie: Op grond van welke inzichten wordt er dan gekozen? Kan het zijn dat de euthanasie, die het lijden hier niet al te onnodig maakt, juist het lijden aan de overkant van de dood verergert? Kan het zijn dat menslievendheid hier op aarde in het ‘hiernamaals’ grove mensonwaardigheid bleek te zijn? We doen een poging om dit te benaderen vanuit de spirituele realiteit die Steiner beschrijft in zijn voordrachtreeks de bovenzinnelijke mens. Wat volgt kan voor menig lezer ‘nieuw’ zijn maar het is het overwegen waard. De eerst fase na de dood wordt door Steiner beschreven als kama-loka, een term uit de Indische traditie dat ‘plaats der aardse verlangens’ wordt genoemd. Dat is de fase waarin de ‘verwerking’ van het leven plaatsvindt. Alle ervaringen van het leven worden nog een keer, maar vanuit een spiritueel standpunt, meegemaakt in samenwerking met spirituele wezens. Dit geldt hoe je jezelf maar ook hoe de anderen jou hebben ervaren. Het is ook een krachtige terugblik op het feit of je al dan niet bent ‘ingegaan’ op belangrijke gebeurtenissen. In al wat je meemaakt is immers een uidaging verborgen. Die uitdaging kun je oppakken of uit de weg gaan. Het lijden in de laatste levensfase is natuurlijk één van die zware uitdagingen. Dit is natuurlijk geen oproep tot dolorisme. Kan het echter niet zijn dat een betere kwaliteit van terminale zorg de vraag naar euthanasie kan doen afnemen? dat deze afname nog versterkt kan worden door bij de verzorgenden het invoelingsvermogen te laten ontwikkelen voor de spirituele behoeften van de stervenden. Nu kan men zich een belangrijke spirituele vraag stellen die voor vele tijdgenoten absurd of ergerlijk kan klinken: Wanneer iemand voortijdig overlijdt, hoe wordt hij dan opgevangen door de wezens van de geestelijke wereld? Het kan zijn dat de bejaarde die we in onze casus aanhaalden door die euthanasie in een grote eenzaamheid en zelfs duisternis terechtkomt. Verlatenheid waarin hij de mensen mist die hem hier na staan en die zo bezorgd waren voor zijn zinloze pijn. En tegelijkertijd kan de overleden bejaarde de goede wezens van de geestelijke wereld en de andere overledenen niet ontmoeten -juist omwille van die momentane verduistering. (Natuurlijk zal hij weer zijn weg kunnen ‘voortzetten’ want ook daar is heling.) Maar heeft de euthanasie dat juist het lijden ‘uit de weg’ wilde gaan voor de dood, een ‘ander lijden’ niet vergroot? Koos hij voor een voortijdige dood omdat hij niet afhankelijk wilde zijn van zijn omgeving. Hoe moet hij nu verder daar in deze totaal nieuwe maar onbekende spirituele omgeving waar hij juist zo afhankelijk is van de goede geestelijk wezens? Allemaal eigenaardige vragen voor tijdgenoten. Beseft ‘onze bejaarde’ dan pas dat zijn weigering om verzorgd te willen worden ook een gemiste kans is geweest… Anderen hadden kunnen helpen en zorgen. Er wordt géén ruimte geschapen voor het medelijden van de ander in een wereld die niet streeft naar een zorgcultuur. Andere krachten nemen plaats. Zij voeden zich aan steriele polemieken. Ondertussen blijft de rusthuis-sector door de politieke ‘onbeslistheid’ kampen met een hoge werkdruk en is er soms geen mogelijkheid om de heiligheid van het stervensuur op een warme manier te begeleiden. Het levenseinde biedt de mogelijkheid zicht te krijgen op wat het aardse bestaan heeft gebracht. Euthanasie kan daarbij een verstorend element zijn bij de overgang: Een wanklank in de levenssymfonie. Wij speken niet vanuit ‘freudiaanse wensvoorstellingen’ die de angst voor de dood willen verdringen. We willen het debat vanuit Huize de sterrewijzer verrijken met een spirituele reflectie over het hiernamaals. Wel staat vast, stelt de antroposoof H. Verbrugh, dat het volhouden dat we er niets van kunnen weten het gevaar in zich bergt dat we de kennis die erover wel zouden kunnen krijgen, niet werkelijk verwerven, maar dat hebben we toch alleen aan onze vooringenomenheid te wijten.
In naam van de medewerkers en de directie van Huize de Sterrewijzer,
drs. F. Mosca-Drieskens
27 maart'08
Stervensbegeleiding
Als we bij een stervende staan, vraagt dit dat we zelf al een ‘beetje’ hebben ‘leren sterven’. Dat kan men alleen maar als men zelf een ‘stukje’ spirituele weg heeft afgelegd. Het hart van onze visie vraagt dit ‘stukje’ van de medewerkers in dit huis.
‘Aanwezig zijn’ bij de stervende is zeggen dat men niet alleen is in zijn ‘eenzame tocht’.
Een eenvoudig gebaar kan soms voldoende zijn. Dat kan gewoon ‘de hand vasthouden’ zijn, de wang strelen of de lippen bevochtigen.
Het stervensmoment is heilig, we blijven even in stilte met elkaar bij de overledenen, voor we overgaan tot de praktische zorgen. We weten dat de stervende nu, bij het moment van het sterven, voor de afgrond staat. ‘Doorheen de vallei van de dood en de angst ‘moet hij gaan om het in ‘bijbelse woorden te stellen.
De familie is vrij om , al dan niet, mee de laatste zorgen te geven. Na het opbaren kan men nog rustig afscheid nemen op de kamer. Daarna gaan we in een kleine, mooie processie naar de opbaringsruimte die zich bevindt op het tweede verdiep.
Vanuit de geest van het huis begint hier het ‘waken’ dat tot drie dagen na de dood kan duren.
Voor een gelovige kunnen er nog enkele teksten van het Johannes-evangelie klinken of mooie teksten en gedichten die de overleden goed kende . Het schenkt vrede en vergeving.
Het woord moet het voedsel en het licht zijn voor de eerste momenten na de dood. Want deze visie huldigen we in dit huis.
Een ‘vernieuwde’ traditie:
het waken bij onze dierbaren
Wij hechten veel belang dat de heiligheid van het sterven voor en na het overlijden gerespecteerd wordt. In onze tijd is het minder duidelijk waarom men veel aandacht moet besteden aan het ‘stoffelijk overschot’ na de dood. Dit heeft te maken met het zeer arme mensbeeld van onze tijd. Als men vraagt waar onze herinneringen zijn, zal de moderne mens naar de fysieke hersenen in het hoofd wijzen.
Onze herinneringen zijn - in een holistisch mensbeeld - aanwezig in onze levende ziel en niet verpakt als’ hard-ware’ in ons fysieke lichaam. Vandaar dat -in de visie van huize de sterrewijzer – als iemand sterft en zijn levenskrachten zich losmaken uit zijn stoffelijke organen, er een beeld ontstaat van alle gebeurtenissen uit zijn leven. Dit is de zogenaamde terugblik of levens-panorama. Sommige mensen getuigen overigens na een bijna-dood-ervaring dat ze de ‘film van hun leven’ hebben zien ‘voorbijschieten’.
Dit ‘losmaken’ van de levenskrachten duurt enkele dagen. Men is dus niet plots weg…naar wat men de ‘hemel’ zou kunnen noemen. Vanuit onze visie is er overigens geen eeuwige ‘hel’; wel een ‘tijd’ van zelfinzicht en bekering, het zogenaamde ‘kamaloka’. De gestorvene heeft dus de nodige sereniteit nodig om zich echt los te maken van het lichamelijke…
Eigenlijk zou het moment van sterven niet in één, maar in twee stappen gezien kunnen worden. Het eerste sterfmoment van het stoffelijke lichaam en het tweede sterfmoment van het loskomen van alle levenskrachten. Dat is pas voltrokken op de derde dag na de stoffelijke dood. En juist in die drie dagen heeft de gestorvene baat bij het waken.
Vroeger was het waken een gewoonte; men had nog een gezond gevoel voor de mens die afscheid genomen had van het leven. Dit gevoel lijkt nu verloren te gaan. De moderne heeft veelal geen weet van deze voor het oog onzichtbare wezensdelen van de mens.
Familie en vrienden kunnen echter veel voor de gestorvene betekenen door met hun aandacht bij hem te zijn. Want juist in die delicate periode van ‘losmaken’, in deze overgangstijd van drie dagen, is de mens onverhuld want hij is ‘tussen’ twee werelden. Hij lijkt op de pas ontloken vlinder die zijn vleugels droogt in de zon. Onze aandacht vormt een omhullende ‘geestelijke’ zon voor de‘jong’ gestorven mens.
Onze liefde maakt dat hij ‘onverstoord’ verder kan gaan en toch ‘verbonden’ blijven. Wij verwerken hier ook onze smart…
Over de afscheidsviering
Het doel van de viering is afscheid te nemen in een intieme en serene plechtigheid die samen wordt beleefd en opgebouwd.
In het huis willen we een viering die zoveel mogelijk in overeenstemming is met het gedachtegoed van de overledene en familie.
We vieren met eenvoudige en juiste gebaren, met juiste vormen van contactname en eenvoudige woorden.
We willen van het ‘afscheid nemen’ een bezinningsmoment maken, een herdenkingsmoment, een herkenningsmoment, dit wil zeggen, de overledene wordt herkend in teksten, beelden, gedichten, muziek, inhoud, symbolen, levensschets. Zodoende wordt het afscheid persoonlijk gemaakt, zowel naar de overledene toe als naar de nabestaanden toe. Samen met de familie gaan we na wat wel kan, wat niet kan en waar wij een ondersteunend vangnet kunnen zijn voor de moeilijke momenten.
Een mooie afscheidsviering is een steun en een troost in een moeilijk moment. Het taboe rond de dood is er nog steeds.
Voor de nabestaanden is het confronterend om dat mysterie mee te maken.
Welke geloofsovertuiging ook, welke visie op de dood ook, zinvol en op de eigen maier afscheid nemen leidt naar aanvaarding en verwerking.
Wij zijn dankbaar daar ons steentje bij te dragen en verheugen dat anderen ons werk ook dankbaar bejegenen.
Geschreven door Franco Mosca
Euritmie
De euritmie is een nieuwe bewegingsvorm die ontstond vanuit een artistieke bezinning van R. Steiner op het spirituele mensbeeld dat we in het huis voor ogen hebben. Vele inrichtingen in het huis, zoals een goede voeding en het vieren van de jaarfeesten, zijn er op gericht om de levenskrachten te bevorderen bij de oudere mens.
De euritmie maakt deze levenskrachten zichtbaar en probeert deze op een harmonische manier te helen. Eu-ritmie betekent immers een ‘goed ritme’ of een goede harmonie geven aan onze uiterlijke beweging en onze innerlijke zielshouding. Deze bewegingen zijn niet willekeurig van aard maar hebben een spirituele betekenis.
De euritmie stelt dat achter elke klinker en medeklinker, achter elke klank en toon een beweeglijke vorm leeft. Men kan het diepere wezen van die krachten zelf beleven door die bewegingsvormen zelf mee te voltrekken. Het lichaam begint harmonisch te ‘zingen’ door beweging.
We kunnen dit met een treffend voorbeeld illustreren dat iedereen zal herkennen: Heffen we niet spontaan onze handen op als we ‘aa’ zeggen en hebben we geen afwerende beweging als we ‘éé’ zeggen. Deze ‘spontane’ bewegingen kunnen verder ontwikkeld worden door de euritmie.
Sprookjes
In deze tijd waar we het gevoel hebben dat de bronnen van onze inspiratie en onze beschaving opdrogen, kunnen sprookjesbeelden weer een nieuwe impuls geven aan ons geestesleven. Door zelf uit deze ‘sprookjesbron’ te drinken, kan men zijn ‘verstarde’ denken doordringen met fantasie en creativiteit.
Als we sprookjes echt tot ons hart laten spreken dan kunnen we de ervaringen uit de eigen biografie anders gaan verwerken. De weg kan vol beproevingen zijn, maar hij loopt niet dood; er is altijd een weg als we de moed hebben die te zoeken.
Als we tot de verborgen wijsheid willen doordringen, komt er vlug het besef innerlijk ‘in beweging’ te komen. Sprookjes vertellen ons immers in beelden het verhaal van onze innerlijke worsteling om menswording en van de weg die wij als mensheid gaan. Zij houden ons een spiegel voor waarin we ons zelf kunnen herkennen.
Sprookjes zijn geen bedachte vertelsels, maar zijn in oeroude tijden door wijze mensen gegeven, toen men nog niet kon lezen en schrijven. In alle oude culturen hadden vertellers de taak de toehoorders te ‘voeden’. Zo leerde de mensheid het verschil tussen goed en kwaad, lichte en duistere kanten van de ziel en het leven op aarde. Evenzo vervullen sprookjes ook nu nog een belangrijke rol bij de vorming van het innerlijk van het kleine kind.
De sprookjesbeelden laten zien dat de menselijke ontwikkeling altijd sterker is dan welke verleiding, beproeving, verstarring of betovering ook. Sprookjes dragen ertoe bij dat wijzelf levenswil en levensmoed opnemen in onze ziel. En dit willen we de bewoners van ons huis niet onthouden
De sprookjes activeren het innerlijk omdat men tijdens het luisteren zelf beelden schept. Deze worden niet ‘kant-en-klaar’ voorgeschoteld.
Vooral in deze tijd, waarin we vele kant-en-klare beelden aangeboden krijgen, werken sprookjes als een verkwikkende en genezende bron van levenskrachten.
~~~~~~~~~~~~